Historie van de methode Sickesz 

De basis van de OrthoManuele Geneeskunde werd in 1965 gelegd door de Amsterdamse arts M. Sickesz (1923- 2015).

Zij stelde vast dat veel klachten van het bewegingsapparaat te maken hebben met zeer kleine, corrigeerbare afwijkingen in het bekken en de wervelkolom. 

Sickesz ontwikkelde een correctiemethode voor effectieve behandelingen. De methode is in de loop der jaren verfijnd en uitgebreid.

Tijdens het eerste consult verricht de arts een nauwkeurig lichamelijk onderzoek. Daarbij wordt in het bijzonder gezocht naar een verwringing in het bekken of scheefstanden van wervels. 

Een asymmetrie in de positie van de wervels ten opzichte van elkaar wordt een standafwijking genoemd. Hierdoor functioneert de wervelkolom minder goed en wordt het zenuwstelsel ter hoogte van de geblokkeerde wervel geprikkeld.

Voor het goed functioneren van de wervelkolom is het van belang dat de wervels met het bekken één geheel vormen (bewegingsketen). Diverse klachten kunnen daarvan het gevolg zijn, niet alleen klachten van het bewegingsapparaat, maar ook van structuren van het lichaam: te denken valt aan hoofdpijn, maagzuurvorming, benauwdheid.